Techniek

Een harde schijf bestaat uit een aantal platen, gemaakt van memcor. Dit is een combinatie van glas en keramiek. Daar bovenop komt een dunne ijzerhoudende laag, en een beschermlaag. Hierdoor is het mogelijk om de schijf magnetisch te bewerken.

Om gegevens op de harde schijf op te slaan en weer te kunnen lezen, wordt gebruik gemaakt van 1 lees en 1 schrijfkop per zijde van een plaat. Dit betekend dus dat er per plaat in totaal 4 koppen gebruikt worden. Deze zijn verbonden aan een actuatorarm, welke door de actuator aangestuurd worden. De actuator zorgt er dus voor dat de lees en schrijfkoppen op de juiste positie op de harde schijf geplaatst worden.

Op het moment dat de harde schijf wordt gebruikt gaan de platen draaien. De luchtweerstand die op die manier ontstaat, zorgt er voor dat de koppen op 0.01 micrometer boven de plaat gaat zweven. Hoe dichter de kop op de plaat staat, des te hoger de capaciteit op een harde schijf kan zijn. De slider dient om de koppen op de juiste afstand van de platen te laten zweven. Vanwege de zeer geringe afstand tussen plaat en kop, zou een stofje al een crach kunnen veroorzaken. Vandaar dat de harde schijf altijd geleverd wordt in een gesealde behuizing.

Op de onderzijde van een harde schijf vindt men de Drive Controller PCB. Dit is een printplaatje met hierop alle benodigdheden om de harde schijf aan te spreken en te laten functioneren. Een ander belangrijk onderdeel dat terug te vinden is op het printplaatje is het cache geheugen. Dit geheugen zorgt ervoor dat data die recentelijk is aangesproken of met grote regelmaat wordt opgevraagd van de harde schijf wordt geplaatst in het cache geheugen zodat het direct is op te vragen. Vrijwel alle harde schijven zijn voorzien van 2 MB cache-geheugen.

Opslagstructuur.Bij het opslaan van gegevens op de harde schijf wordt de data digitaal opgeslagen als magnetische noord- of zuidpolen. De leeskop kan door middel van het lezen van een reeks noord en zuidpolen de informatie bepalen.

Formateren en Partitioneren.

Voordat een schijf daadwerkelijk gebruikt kan worden zijn globaal drie handelingen nodig.

  1. Low level format.
    Low Level format wordt normaal door de fabrikant van de schijf verzorgt. Hierbij worden op elke plaat sporen aangebracht waarop de gegevens geplaatst worden. Deze vormen dus circels. Deze worden op hun beurd weer onderverdeelt in een bepaald aantal sectoren. Op de meeste harde schijven heeft elke sector een groote van 512 bytes.
  2. Verdelen in partities.
    Dit gebeurd door fabrikant of door de gebruiker zelf. Wanneer een harde schijf is opgedeeld in b.v. 2 partities, lijkt het of er 2 harde schijven in de computer aanwezig zijn. Meestal de C en de D schijf. Op de C schijf plaatst men dan het besturingssysteem en programma's, en op de D schijf bijvoorbeeld de documenten. Zo voorkomt men dat men bij herinstallatie van het besturingssysteem alle data kwijtraaken. Ook wanneer men meerdere besturingssystemen op 1 pc plaatst maakt men gebruik van meerdere partities. Wanneer je alleen een C drive hebt, is de schijf opgedeeld in 1 partitie.
  3. High level Format
    Ook door fabrikant of gebruiker. Dit is het bekende formateren van de harde schijf. Tijdens dit proces wordt de TOC (Table of Contents) aangemaakt. Dit is een index op welke sectoren zich welke informatie bevindt. (Zie stap 1.) Tevens wordt voor elke partitie een Volume Boot Sector (VBS) aangemaakt. Op deze sector staat de informatie die een schijf nodig heeft om op te kunnen starten. Ook worden de FAT tabellen (File allocation table) aangemaakt. Deze geven eenvoudig gezegd de manier aan waarop de informatie wordt weggeschreven. Tot windows werd gebruik gemaakt van FAT16, hierbij kon men ten hoogste gebruik maken van een harde schijf van 2GB. Met windows98 kwam FAT32, die ook grotere schijven aankon. Bij de lancering van Windows XP kreeg de gebruiker de keuze tussen FAT32 en NTFS. (New Technology File System). NTFS is onder meer sneller in gebruik en biedt betere beveiligingsmogelijkheden